Eerste cijfers tonen het succes van het nieuwe WP-beleid aan

ACOD UGent vroeg in de nasleep van de invoering van het nieuwe WP-beleid enkele cijfers op bij DPO. Uit die cijfers blijkt dat het WP-beleid een groot succes is: een grote meerderheid van het WP werd overgezet naar het nieuwe statuut, en de meesten kregen een contract van onbepaalde duur met zekerheden op langere termijn. In dit artikel overlopen we enkele vaststellingen. De details van het nieuwe WP-beleid kan je nog steeds nalezen op deze pagina.

Omzetting naar het nieuwe WP-beleid

Rond de omzetting van de oude, tijdelijke WP-contracten was beslist dat iedereen die op 1 april 2019 minstens 4 jaar anciënniteit had als WP sowieso moest worden omgezet. Voor diegenen die op die datum nog niet voldoende anciënniteit hadden moest de budgethouder een ad-hoc beslissing nemen. Van de 890 WP’ers die op 1 april 2019 tewerkgesteld waren aan de UGent werden er 739 overgezet naar het nieuwe statuut. De 151 anderen werden niet omgezet, 97 onder hen hadden minder dan twee jaar anciënniteit, de 54 anderen waren al langer dan twee jaar aangesteld als WP. Dit betekent dat ruim 83% van alle WP’ers effectief werden overgezet naar het nieuwe statuut: een enorme meerderheid.

Bovendien blijken de 151 contracten die niet omgezet worden niet te wijzen op een grote ontslagronde naar aanleiding van de invoering van het nieuwe WP-beleid. Vorig jaar verlieten in totaal 451 WP’ers onze instelling, dat is dus een “natuurlijk verloop” van gemiddeld 37-38 WP’ers/maand. Tussen december 2018 en 1 april 2019 werden geen WP-contracten meer stopgezet. Met 151 niet-omzettingen over een periode van 4 maanden ligt het aantal tewerkstellingen van WP dat beëindigd werd naar aanleiding van het nieuwe WP-beleid dus rond dat gemiddelde van vorig jaar. Bovendien zitten er bij die 151 een heleboel contracten die niet eindigen op 1 april 2019, sommigen hebben nog een looptijd van meerdere jaren. De onheilsberichten over massale ontslagen omwille van het nieuwe WP-beleid blijken dus niet overeen te komen met de cijfers.

Onderverdeling in groepen WP’ers volgens het nieuwe beleid

Het nieuwe WP-beleid vertrekt van een indeling in drie categorieën: WP1 (WP-mandaten met een beding van maximale duur van 4 of 6 jaar voor het maken van een doctoraat, of van een kortere duur om een doctoraat af te ronden), WP2 (WP-mandaten voor postdocs voor een periode van 1 tot 6 jaar, om de postdoc de mogelijkheid te geven zich voor te bereiden op een verdere academische carrière, en het grootste deel van de tijd aan eigen onderzoek te mogen besteden), en tenslotte de WP3-groep: alle andere WP’ers (projectmedewerkers, WP’ers met specifieke opdrachten, WP’ers die geen garantie kregen aan eigen onderzoek of postdoc-carrière te kunnen werken, maar die in ruil wel een loopbaanperspectief op lange termijn krijgen).

Onze inschatting was altijd dat de WP3 groep de grootste groep zou zijn: de meeste doctorandi zijn immers bursalen, en postdocs die het grootste deel van hun tijd aan eigen onderzoek mogen besteden vinden we vooral terug bij het FWO, doctor-assistenten of de BOF-postdocs. Wij gingen er van uit dat de meerderheid van de onderzoekers een contract van onbepaalde duur zou krijgen, zonder beperkingen. De cijfers blijken dat te bevestigen: 432 WP kregen een WP3-contract van onbepaalde duur zonder beperking (58,5% van de omgezette WP’ers). Nog eens 15 mensen kregen een WP-contract ter voorbereiding van de aanvraag van een persoonsgebonden onderzoeksmandaat (bvb. een FWO-mandaat), 2 anderen kregen voor hun allereerste aanstelling in WP3 een tijdelijk contract op een kortlopend extern project.

Daarnaast werden 139 onderzoekers in WP1 ingedeeld (18,7%). Bij hen zijn er 68 die een verlenging kregen als WP na een bursaalperiode, assistentschap of een ander statuut als doctorandus. Met die verlenging kunnen zij hun doctoraat afmaken. Nog eens 55 mensen kregen een WP1-contract met een beding van 6 jaar, zij krijgen de garantie minstens 50% van hun tijd aan het eigen doctoraatsonderzoek te kunnen besteden. Tenslotte kregen 9 WP1’ers een beding van 4 jaar: zij kunnen minstens 90% van hun tijd aan het eigen doctoraatswerk spenderen. Over de resterende 7 WP1-contracten was er bij de rapportering blijkbaar geen informatie beschikbaar over welk type het gaat.

Tenslotte werden 162 postdocs in WP2 ingedeeld. Omdat deze categorie de meest vage omschrijving kent – hoe bepaal je of je effectief aan je eigen onderzoek en academische carrière mag werken – vroegen we hierover meer details. Daaruit blijkt dat 111 van hen slechts korte tijd reeds WP waren (minder dan 2 jaar): het gaat dan vaak om doctorandi uit een ander statuut (bursalen, AAP,…) die nog kort de kans kregen om aan hun onderzoek verder te werken, in afwachting van nieuwe kansen. Nog eens 47 anderen zaten maximaal 5 jaar in het WP-statuut, de 4 overigen al meer dan 5 jaar. Het zal belangrijk blijven om er bij de WP2-groep nauw op toe te zien dat mensen effectief de vrijheid krijgen aan hun eigen onderzoek te werken.

Aanvragen opzeg en implacement voor WP3 onbepaalde duur

Sinds 1 april 2019 werd voor 22 collega’s door de budgethouder een aanvraag ingediend om hun contract stop te zetten, en hen in implacement te plaatsen. Opnieuw ligt dit cijfer lager dan het gemiddelde aantal WP-contracten dat in het verleden ten einde kwam. Het nieuwe WP-beleid, zeker als WP3 met onbepaalde duur, geeft dus effectief meer werkzekerheid.

Van deze 22 aanvragen tot implacement werden er 21 goedgekeurd, in één geval bleek de promotor toch nog over voldoende middelen te beschikken om de WP’er in kwestie te blijven betalen. Van de 21 goedgekeurde aanvragen zijn er reeds 11 met loopbaanbegeleiding gestart, 10 anderen beginnen de komende weken.

Conclusie

We kunnen dus stellen dat de invoering van het nieuwe WP-beleid een succes was: een meerderheid van de WP’ers kreeg een vaste en zekere tewerkstelling, carrièreperspectieven werden verbeterd, en de gevreesde ontslagronde vond niet plaats. Met de invoering van het nieuwe WP-beleid werd dus een grote stap gezet naar betere werkcondities voor een belangrijke groep onderzoekers aan de UGent.