Een onderschat probleem: sommige buitenlandse onderzoekers werken aan de UGent in precaire omstandigheden

De voorbije jaren werden we als delegatie van ACOD UGent verschillende keren geconfronteerd met de precaire omstandigheden waarin naar schatting een driehonderdtal internationale onderzoekers moeten leven terwijl ze aan onze universiteit werken. Ook aan andere Vlaamse universiteiten stelt dit probleem zich overigens op dezelfde manier, maar wij vestigen er nu eerst de aandacht op wat onze eigen instelling betreft.

Waar gaat het over? Er zijn onderzoekers – meestal doctorandi of postdocs – uit niet-Westerse landen (China, Pakistan, Indonesië, Ethiopië…) die geen Belgische beurs of arbeidscontract hebben. Zij worden betaald met beurzen en contracten uit hun thuisland, terwijl ze in de feiten wel voltijds tewerkgesteld zijn in de lokalen van de UGent.

De vergoedingen waarop ze vanuit hun thuisland recht hebben, zijn vaak veel lager dan wat een medewerker in hetzelfde statuut met een Belgisch contract krijgt. Het gaat om beurzen van 1.200 € of 1.300 € (Indonesië, China). In sommige gevallen zijn zelfs bedragen van 1.000 € per maand (Pakistan) geen uitzondering.

Soms worden deze onderzoekers zelfs helemaal niet betaald voor hun werk aan de UGent. Ze combineren hun werk aan de universiteit dan met avondwerk in de horeca of leven op eigen spaargeld. Velen van hen verkregen slechts een beurs voor enkele jaren. Zij plaatsen noodgedwongen een deel van hun geld op een geblokkeerde rekening van de UGent. Zo hopen ze over voldoende middelen te beschikken om een verlenging van hun visum aan te vragen om hun doctoraat af te werken.

Enerzijds betekent een Belgisch doctoraat of een periode tewerkstelling aan een internationaal vrij gerenommeerde universiteit als de onze zeker een meerwaarde voor de verdere loopbaan van deze mensen. Anderzijds is het net die overweging, de bereidheid offers te brengen voor hun wetenschappelijke carrière en voor een significante verbetering van hun eigen levensperspectief en dat van hun familie in hun thuisland, die hen sociaal en financieel kwetsbaar maakt in onze samenleving. En dat leidt soms tot schrijnende toestanden.

Laat ons wel wezen: natuurlijk zijn er ook zeer vele gevallen waarbij het verblijf aan de UGent voor deze collega’s uit de landen van het Globale Zuiden een zeer positief effect heeft gehad. Uiteraard zijn wij als vakbond absoluut niet gekant tegen de mogelijkheden die hen hier geboden worden. Maar in bepaalde gevallen leidt deze situatie tot schrijnende situaties.

Als syndicalisten willen we meer aandacht vragen voor deze problematiek. De voorbije jaren werden we immers steeds vaker gecontacteerd door onderzoekers die in de problemen kwamen. Zodra er ergens iets fout loopt (ziekte, het verlies van een eventuele extra job…), wordt de situatie van deze mensen soms zeer precair. Vaak kunnen ze daarbij op begrip en steun rekenen van de professoren die hen aan de UGent begeleiden en van andere collega’s. Sommige leidinggevenden maken helaas echter ook misbruik van de precaire omstandigheden waarin deze onderzoekers werken.

Door de coronacrisis werden deze problemen nogmaals uitvergroot: de situatie was zo slecht, dat vele van deze buitenlandse UGent-doctorandi en onderzoekers een beroep moesten doen op voedselpakketten omdat ze geen middelen meer hadden om voedsel te kopen! (zie o.a. https://www.hln.be/in-de-buurt/gent/extra-voedselbedelingen-voor-gentse-...)
Die situatie heeft geleid tot een sterker inzicht in deze problematiek, en heeft het management ertoe aangezet om aan de Raad van Bestuur een voorstel voor te leggen om hieraan een oplossing te bieden.

Die demarche juichen wij op zich zeker toe maar helaas zijn er heel wat problemen met dit voorstel. Zo wordt er een minimum ‘solvabiliteitsdrempel’ voorgesteld van 1.200€ per jaar: de UGent zou geen institutionele partnerschappen meer afsluiten met buitenlandse instellingen die dat bedrag niet kunnen garanderen voor onderzoekers die naar de UGent komen.
Helaas is die drempel geen verplichting, individuele promotoren kunnen nog steeds onderzoekers naar België halen die deze minimumnorm niet halen. Het gaat enkel over een aanbeveling. Bovendien kan men zich de vraag stellen waarom buitenlandse onderzoekers slechts 1.200€ betaald moeten worden. Hoort men hen niet gewoon hetzelfde inkomen te geven als een Belgische onderzoeker die exact hetzelfde werk uitvoert?

ACOD vindt het dus zeker positief dat er wordt nagedacht over een betere sociale bescherming voor buitenlandse onderzoekers. We menen echter dat de voorstellen die nu op tafel liggen niet voldoende zijn, en in sommige gevallen zelfs het gevaar in zich dragen dat er nog meer precaire situaties zouden ontstaan.
We hebben dan ook naar aanleiding van deze voorstellen dringend sociaal overleg gevraagd met het universiteitsbestuur over deze voorstellen. Wij zijn er immers van overtuigd dat de werksituatie van bepaalde buitenlandse onderzoekers aan de UGent feitelijk neerkomt op een vorm van illegale tewerkstelling. In het verleden hebben we reeds een aantal van deze dossiers besproken met de sociale inspectie. In bepaalde specifieke gevallen behoort het indienen van een formele klacht bij het arbeidsauditoraat, dat op dat vlak bevoegd is, zeker tot de mogelijkheden.

Ook buitenlandse onderzoekers verdienen correcte werkomstandigheden. We herhalen dus onze dringende vraag aan het universiteitsbestuur om hierover met ons een globaal onderhandelingspakket aan te vatten. Ook vragen we om solidariteit met deze mensen van alle UGent-collega’s en andere Vlaamse onderzoekers. Ten slotte herhalen we dat dit zeker geen probleem van de UGent alleen betreft. Ook aan de andere Vlaamse universiteiten moet deze problematiek worden aangepakt.