ACOD informeert over het lopende sociaal overleg (POC van 27/08/2020)

Op 27 augustus 2020 vond het eerste PersoneelsOnderhandelingsComité (POC) na de vakantie plaats. Op dit POC kwamen onder meer de nieuwe regeling rond telewerk aan bod, alsook de manier van werken bij de heropstart van de UGent-resto’s en cafetaria’s. Zoals steeds kan je de volledige agenda online terugvinden via deze link.

Wil je meer weten over één van deze onderwerpen, of heb je zelf vragen of suggesties, laat het ons weten via acod@ugent.be

Nieuwe regeling telewerk

Tijdens de Coronaperiode is een groot deel van de universiteit overgeschakeld op telewerken. Voor een aantal mensen betekende dit dat ze meer van thuis uit werkten dan anders, voor heel wat anderen was het de eerste keer dat ze konden, mochten of soms moesten telewerken.

Heel wat collega’s leerden telewerk kennen als een interessante manier van werken, die ook na Corona zou kunnen worden verdergezet. Tegelijkertijd werden ook een aantal knelpunten rond het telewerken aan de UGent duidelijk. Op het POC stond een voorstel om deze problemen op te lossen, en een manier van werken aan te nemen die telewerk verder moet stimuleren voor alle UGent-personeelsleden.

In het nieuwe kader wordt aangegeven dat personeelsleden die willen telewerken en die telewerkbare taken hebben, dit ook kunnen doen. Er wordt gewezen op het feit dat de Coronaperiode heeft aangetoond dat heel wat mensen waarover de leidinggevenden tot nu toe beweerden dat ze niet konden telewerken dat eigenlijk wel kunnen. Daarom wordt nu ook duidelijk gesteld dat leidinggevenden niet zomaar beperkingen mogen opleggen aan het telewerk.

Indien er toch een conflict zou ontstaan tussen de medewerker en de leidinggevende, dan kan men contact opnemen met een nieuw op te richten “commissie telewerk”. Deze commissie kan het dossier bekijken, en een oplossing voorstellen. Het is zeker een stap in de goede richting dat problemen op die manier op een hoger niveau kunnen worden aangekaart. We vrezen echter dat heel wat leidinggevenden die reeds vroeger telewerk niet of slechts heel beperkt toestonden nog steeds zullen blijven verhinderen dat hun medewerkers kunnen telewerken, en we merken dat het universiteitsbestuur het soms moeilijk heeft daar sterk tegen op te treden. Daarom waren wij voorstander van een commissie waarin ook de vakorganisaties vertegenwoordigd zijn, net zoals dat bvb. bij beroepsorganen of de commissie verlenging stages het geval is. Het universiteitsbestuur wilde hier niet op ingaan.

Een tweede probleempunt in de nota was het gebrek aan een duidelijke regeling rond de terugbetaling van kosten die gepaard gaan met het telewerken. De universiteit is als werkgever verantwoordelijk voor het ter beschikking stellen van het materiaal dat nodig is om het werk te kunnen doen, of om de kosten die met de uitvoering van dit werk te maken hebben te vergoeden. Het probleem is echter dat de huidige regeling rond terugbetaling van kosten slechts een deel hiervan dekt.

In het document gaat men er van uit dat alle personeelsleden kunnen beschikken over een laptop of eventueel een dienstlaptop die mee naar huis kan genomen worden. Wat er moet gebeuren met collega’s die geen laptop ter beschikking gesteld krijgen is niet duidelijk, en ook over wie er verantwoordelijk is voor het ter beschikking stellen van een degelijk uitgeruste werkplaats (tweede scherm indien nodig, toetsenbord, docking station om de laptop aan te sluiten, …).

Daarnaast spreekt de nota over de afspraken die met de fiscus gemaakt zijn over de terugbetaling van mobiele telefoons en smartphones, tablets en koptelefoons. In een aantal gevallen zijn die afspraken niet aangepast aan de huidige situatie. Zo is de maximale kostprijs voor koptelefoons veel te laag om te kunnen voorzien in een kwaliteitsvolle hoofdtelefoon die ook voor online vergaderingen of lesopnames te gebruiken valt. Ook wordt er een willekeurig onderscheid gemaakt tussen budgethouders en niet-budgethouders bij de terugbetaling van kosten.

Tenslotte erkent de nota ook dat niet alle kosten onder deze afsprakennota met de fiscus vallen. Er wordt aangegeven dat dit overige materiaal via de dienst moet worden aangekocht, waarna personeelsleden het kunnen meenemen naar huis. Zelfgemaakte kosten kunnen enkel vergoed worden indien het “puur professionele kosten” betreft. De nota maakt niet duidelijk hoe zal vermeden worden dat de fiscus achteraf problemen maakt over de terugbetaling van kosten van materiaal dat bij het telewerk wordt gebruikt. Nochtans bestaat er een andere oplossing: het voorzien van de fiscaal vrijgestelde forfaitaire vergoeding voor telewerk.

ACOD was voorstander van een systeem waarbij er duidelijke afspraken worden gemaakt over welk materiaal personeelsleden ter beschikking krijgen bij telewerk. Hierbij moet het duidelijk zijn dat iedereen recht heeft op een goed uitgeruste en ergonomische werkplek, of dat nu thuis is of op het werk. We willen vermijden dat mensen in hun werk gehinderd worden door een gebrek aan degelijk materiaal, of dat ze gezondheidsklachten krijgen door een niet-ergonomische opstelling van materiaal. Daarnaast waren we voorstander van een aanvullende forfaitaire vergoeding om die kosten te dekken die niet eenduidig toewijsbaar zijn (elektriciteit, verwarming, internetaansluiting,…) of voor materiaal waarbij het puur professioneel gebruik tegenover de fiscus moeilijk aan te tonen is. Het bestuur weigerde hierop in te gaan.

ACOD is en blijft een sterke voorstander van het zo breed mogelijk toestaan van telewerk aan de personeelsleden die dat wensen, rekening houdend met correcte werkafspraken en taakverdelingen binnen een team van collega’s. In dat opzicht is het uitgangspunt van de nota zeker een goede start. We vrezen echter dat de voorgestelde manier van werken in de praktijk nog steeds zal betekenen dat leidinggevenden arbitrair kunnen beslissen of telewerk al dan niet toegestaan wordt. Daarnaast is de regeling van de kosten te onduidelijk, en legt ze te veel verantwoordelijkheid bij het individuele personeelslid. Om die redenen kon ACOD niet akkoord gaan met het voorstel, en we vroegen deze problemen de komende weken op te lossen in verder overleg. Het bestuur weigerde dit verder overleg, en zei de regeling van de kosten zelf nog verder te zullen verduidelijken in aanloop naar de agendering op de raad van bestuur.

Resto’s en cafetaria’s aan de UGent tijdens Corona

Sinds de start van de corona-lockdown in maart zijn de resto’s en cafetaria’s van de UGent gesloten gebleven. Nadat de federale overheid toestond dat de horeca, onder voorwaarden, opnieuw open zou gaan, is onderzocht op welke manier ook de dienstverlening in de UGent-resto’s en -cafetaria’s opnieuw zou kunnen worden opgestart.

Al snel was duidelijk dat een gewone heropening van de UGent-resto’s en -cafetaria’s niet mogelijk was: het is onmogelijk om rekening te houden met de vereiste voorschriften rond afstand etc. zonder dat dit de capaciteit van de verbruikszalen te veel naar beneden haalt.
Daarom werd ervoor gekozen om de komende maanden herop te starten via een formule van afhaalmaaltijden: zowel belegde broodjes als warme maaltijden. Om praktische redenen zal slechts een beperktere keuze aan menu’s beschikbaar zijn dan voor de coronasluiting. Tegelijkertijd wordt er wel overwogen om ook op andere locaties waar veel UGent-activiteiten zullen plaatsvinden (bvb. Flanders Expo, Ghelamco,…) afhaalpunten te voorzien.

Qua personeelsinzet betekent dit dat bepaalde collega’s uit de Maaltijdvoorzieningen tijdelijk op andere locaties zullen tewerkgesteld worden om dit alles te ondersteunen. Dit zal echter gebeuren na overleg met en op basis van vrijwillige keuze van de betrokken personeelsleden die zo tijdelijk hun vaste standplaats wijzigen. We zijn er van overtuigd dat dit ook zal lukken.

ACOD bracht twee aandachtspunten naar voren. Ten eerste wensten wij dat het bestuur, weliswaar op een manier die rekening houdt met de organisatie en de werkbaarheid voor het personeel, er alles aan zou doen om deze afhaalmaaltijden op een ecologisch verantwoorde manier aan te bieden. De huidige plastieken bakjes waarin het eten wordt verpakt zijn immers niet langdurig bruikbaar, ze kunnen slechts een paar keer worden afgewassen en herbruikt. Het is dus beter te werken met écht herbruikbare recipiënten.

Daarnaast vroegen we ook aandacht voor de jobstudenten: doordat er minder taken zullen zijn in de resto’s, verwacht de UGent daar ook minder jobstudenten aan te stellen. Er zijn echter een heel aantal jobstudenten die deze jobs echt nodig hebben om in hun levensonderhoud te voorzien en/of om te kunnen studeren. ACOD vroeg dat de UGent voldoende nuttige arbeidsplaatsen voorziet voor deze jobstudenten.

Omdat het bestuur deze vragen ondersteunde, heeft ACOD haar akkoord gegeven met deze manier van werken.