Er is een akkoord over het nieuwe UGent-beleid en -reglement voor doctoraatsbursalen

Op donderdag 17 december 2020 hebben de drie vakorganisaties unaniem hun akkoord gegeven aan het nieuwe UGent-beleid en -reglement voor doctoraatsbursalen dat – na finale goedkeuring door de raad van bestuur – van toepassing is vanaf het academiejaar 2021-2022.
Het nieuw onderhandelde reglement is terug te vinden via deze link.

(Update 27 januari 2021: het bestand is nu ook terug te vinden in bijlage onderaan dit artikel.
Update 30 januari 2021: het definitief door de raad van bestuur van 8 januari 2021 goedgekeurde nieuwe reglement is terug te vinden via deze link en in bijlage onderaan dit artikel.)

Het was ACOD UGent die in dit dossier het voortouw heeft genomen. Wij komen immers al jaren op voor de verbetering van de situatie van onze doctorandi. Rector Rik Van de Walle en het bestuur zijn hun belofte nagekomen en zo zorgen de sociale partners voor een aanzienlijke verbetering van het statuut van de doctoraatsbursalen.

De belangrijkste verwezenlijking is dat wie als bursaal een doctoraatsonderzoek start de garantie heeft op een volledige beursperiode van vier jaar, indien dat onderzoek natuurlijk jaarlijks positief wordt geëvalueerd.

Voor beperkte uitzonderingen is reglementair nog een kortere beursperiode mogelijk is, bijvoorbeeld als overbrugging naar een aangevraagd FWO-aspirantenmandaat. Zo’n kortere beursovereenkomst blijft wel degelijk beperkt tot enkel die situaties waarvoor de uitzondering expliciet bedoeld is.

Voor FWO-aspiranten en individuele BOF-bursalen was de duur van de doctoraatsbeurs al duidelijk geregeld, maar UGent-bursalen op onderzoeksprojecten hadden tot nu toe geen enkele garantie over de duur van hun beurs. Er zijn redelijk wat ZAP-leden die hun bursalen al contracten gaven voor twee jaar, het reglementaire maximum dat tot nu gold, maar in een aantal gevallen werden tot op vandaag beursovereenkomsten van telkens maar één jaar toegekend. Soms ging het zelfs om meerdere opeenvolgende contracten van slechts enkele maanden. Deze bursalen bleven dan ook in de voortdurende onzekerheid of hun beurs al dan niet zou worden verlengd, en dit los van de inhoudelijke evaluatie van de vorderingen in hun doctoraatsonderzoek.
Met deze zekerheid over de normale duur van de onderzoekstijd wordt ook duidelijker verankerd dat een doctoraatsbeurs enkel kan worden stopgezet als het doctoraatsonderzoek niet naar behoren wordt uitgevoerd. Nu is er dus geen risico meer op een niet-verlenging omwille van bijvoorbeeld louter een meningsverschil met de promotor.

De academische beoordeling van de vorderingen in het doctoraatsonderzoek blijft natuurlijk onderworpen aan de daarvoor voorziene facultaire en universitaire regelingen en beroepsprocedures. Een negatieve evaluatie van het doctoraatsonderzoek (en de stopzetting van de beurs) is dan ook nooit een individuele beslissing van de promotor. De doctoraatsonderzoeker heeft steeds het recht om zich te verdedigen (desgewenst met bijstand) voor een onafhankelijke instantie die de uiteindelijke beslissing zal nemen. Tot op heden bleef deze garantie soms dode letter omdat de budgethouder kon beslissen om een aflopende beursovereenkomst niet meer te verlengen. Maar dat is dus verleden tijd.

Uiteraard besteedt de overgrote meerderheid van het ZAP nu al veel aandacht aan de begeleiding van hun doctorandi, maar toch worden ook een aantal andere rechten van de doctoraatsbursalen duidelijker reglementair verankerd, o.a. het recht om bepaalde zorgverloven op te nemen (ouderschapsverlof, palliatief verlof, Vlaams zorgkrediet … ), de mogelijkheid voor de doctoraatsbursaal om bezwaar aan te tekenen bij de facultaire ombudspersoon voor doctorandi als men wordt ingezet voor andere activiteiten die niet kaderen in het doctoraatsproject (uitgezonderd max. 4u/week begeleiding van oefeningen, practica of andere activiteiten die bijdragen tot de opleiding als doctoraatsstudent), en de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen bij de Doctoral School Raad wanneer de promotor weigert om de doctoraatsbursaal bepaalde opleidingen te laten volgen (ook indien deze opleidingen niet binnen de doctoraatsopleiding vallen).

Er zijn zeker nog verdere verbeteringen mogelijk en nodig aan het bursaalstatuut. Zo zouden bursalen in feite dezelfde sociale rechten moeten krijgen als andere doctoraatsonderzoekers met een arbeidsovereenkomst of een aanstelling als assistent (even hoge uitkeringen voor ziekte, werkloosheid, pensioenopbouw …). Hiervoor moeten de Vlaamse en federale overheid echter hun regelgeving aanpassen. Ook hier neemt ACOD het voortouw om samen met de andere vakbonden deze discussie te voeren met de betrokken ministers en zo eindelijk te komen tot een volwaardig statuut voor de doctoraatsbursalen. Wij blijven jullie op de hoogte houden van de verdere stappen in dit dossier.

Met dit nieuwe bursaalbeleid aan de UGent is opnieuw een belangrijke stap vooruit gezet in het HR-beleid van onze universiteit. Na het ATP, WP en ZAP komt er nu ook eindelijk voor de doctoraatsbursalen een duidelijk perspectief.

Hiermee hebben we ook nogmaals aangetoond waarom een vakbond nodig is, en dat we er als vakbond ook zijn voor jou als bursaal!

Als je je aansluit bij onze vakbond (of reeds lid bent) kan je rekenen op individuele bijstand.

Aansluiten bij ACOD UGent kan online via deze pagina

Heb je vragen over dit nieuwe reglement, of algemeen over je statuut als doctoraatsbursaal? Je kan steeds bij ons terecht via ACOD@UGent.be