Akkoord in sociaal overleg over modaliteiten statutarisering

Eerder lieten we jullie al weten wat voor ACOD UGent de uitgangspunten waren in de onderhandelingen over de manier waarop de statutarisering zou worden aangepakt. Vandaag werden de onderhandelingen hierover met het bestuur afgerond. ACOD gaf na onderhandelingen haar akkoord. We leggen hieronder kort uit hoe het bestuur antwoordde op onze verschillende vragen en eisen.

ACOD vroeg: “De statutariseringsoperatie moet zo breed mogelijk gebeuren, en collega’s in een gelijke situatie moeten zoveel mogelijk gelijk behandeld worden”

Het overgrote deel van de contractuele ATP-functies is overhevelbaar. Dat wil zeggen dat diegenen die de functie uitoefenen statutair kunnen worden, zodra ze aan de voorwaarden van het decreet voldoen. Er zijn slechts een beperkt aantal uitzonderingen: het gaat dan bvb. om mensen op vervangingscontracten, mensen die omwille van een specifieke vorm van loopbaan niet kunnen benoemd worden (kliniekhoofden, TT-adviseurs die buiten de reguliere ATP-loopbaan vallen), taallectoren en onderwijsdidactici (een statuut dat specifiek werd opgericht door het bestuur om niet vast te benoemen, zij kunnen wel vastbenoemd worden als de faculteit hen onderwijsbegeleider wil maken), en enkele functies op tijdelijke externe financiering.
Daarnaast verkregen we dat er jaarlijks een herevaluatie zal gebeuren, zodat functies die op termijn toch structureel worden toch kunnen overgezet worden naar statutaire posities.

Specifiek voor DSV zal een eerste statutariseringsgolf opgestart worden met diegenen voor wie eenvoudig meteen vast te stellen is dat zij aan de decretale voorwaarden voldoen om statutair te kunnen worden, het bestuur engageert zich om ook naar een oplossing te zoeken voor de rest van de groep.

ACOD vroeg: “Er moet een duidelijke communicatie komen naar alle contractuele collega’s over hun perspectief naar statutarisering, en welke stappen ze daar eventueel zelf voor moeten zetten”

Deze communicatie komt er, en zal ook afgestemd worden met de vakbonden in het sociaal overleg.

ACOD vroeg: “Duidelijkheid over de verschillen en voordelen van statutaire benoeming zodat elk individu een bewuste keuze kan maken om al dan niet statutair te worden”

Ook deze eis werd ingewilligd. Het moeilijke punt hierbij is de berekening van het extralegaal pensioen volgens het oude plan (voor diegenen die een contract van onbepaalde duur hadden vóór 2016). Op dit moment is men bezig met het opzetten van een rekentool om dit te kunnen berekenen, zodat mensen de vergelijking kunnen maken met het statutaire pensioen.
Echter, voor de eerste golf van statutariseringen (de contractuelen die werden aangeworven vanaf 2016 volgens het nieuwe ATP-reglement) is dit nog niet van toepassing: zij hebben het nieuwe pensioenplan, dat veel eenvoudiger is te berekenen. Zij krijgen die berekening toegestuurd, zodat ze zelf een geïnformeerde keuze kunnen maken.

ACOD vroeg: “Faciliteiten voor collega’s die deel moeten nemen aan externe vacatures om statutair te worden”

Het bestuur engageert zich ertoe om de ideeën die wij hierover als vakbond hebben naar voren gebracht verder uit te werken in de lopende onderhandelingen rond de hervorming van werving en selectie. In de nota die nu naar de Raad van Bestuur gaat wordt nu reeds expliciet verwezen naar één aspect van zo’n aanpak: het gebruik van generieke selecties.

ACOD vroeg: “Een systeem waarbij contractuelen niet het risico moeten lopen om hun eigen job vacant te laten verklaren om statutair te worden”

Ook hier engageerde het bestuur zich ertoe om zo’n systeem uit te werken. ACOD deed reeds een concreet voorstel om dit aan te pakken, dit lijkt haalbaar en wordt uitgewerkt.

ACOD vroeg: ”Voor zij die niet statutair kunnen worden benoemd: een verhoging van het gewaarborgd loon bij langdurige ziekte: zowel voor ATP, AAP, WP, bursalen en andere contractuelen”

Het bestuur engageerde zich ertoe om binnen het sociaal overleg een aantal scenario’s hierover af te spreken, en die voor te leggen aan de Raad van Bestuur. Tijdens het POC maakte de rector alvast duidelijk dat het de wens is van het management om effectief tot zo’n systeem te komen, maar het is de Raad van Bestuur die in laatste instantie beslist.

***

Gelet op deze engagementen ging ACOD na de onderhandelingen akkoord met het voorstel, zodat er eindelijk van start kan gegaan worden met het overhevelen en statutariseren van contractueel ATP. Dit was voor ons als vakbond heel belangrijk: we moeten van de huidige mogelijkheden gebruik maken om zoveel mogelijk mensen statutair te kunnen maken.

Dit neemt niet weg dat sommige contractuele collega’s inderdaad minder gemakkelijk statutair zullen kunnen worden. De oorzaak hiervan ligt niet bij de UGent, maar bij de Vlaamse overheid.

De voorbije jaren heeft ACOD meerdere pogingen gedaan om op Vlaams niveau de overheid te overtuigen om mensen die al langere tijd aan de UGent werken als contractueel, en die steeds goede evaluaties kregen, toch statutair te kunnen laten worden zonder extra voorwaarden. We voerden hierover onderhandelingen met ministers van zowel SP.a, CD&V, Open VLD als NVA, maar kregen steeds een negatief antwoord vanuit de Vlaamse regering. Het enige wat we verkregen is dat de beperking op het aantal statutaire posities aan de UGent werd versoepeld (de fameuze “80/20 regeling”), waardoor de huidige statutariseringsronde aan de UGent mogelijk werd.

Hierdoor blijft nog steeds de beperking bestaan dat mensen pas statutair kunnen worden als ze geselecteerd worden op een externe vacature en dit op de manier zoals de decreten van de Vlaamse overheid het voorschrijven. Tijdens de onderhandelingen met de UGent hebben we er dan ook volop op ingezet om die deelname aan vacatures zo gemakkelijk mogelijk te maken voor deze groep collega’s. Het bereikte akkoord komt daar in hoge mate aan tegemoet.

***

ACV en VSOA beslisten niet akkoord te gaan met het voorstel van het bestuur. We begrepen dat zij sterkere garanties wensten over de verhoging van het gewaarborgd loon voor contractuelen, dat ze wensten de staturiseringsoperatie uit te stellen tot alle berekeningen rond het extra legaal pensioen afgerond zijn, en dat ze het moeilijk blijven vinden dat een aantal mensen niet zo gemakkelijk statutair kunnen worden.

We hebben begrip voor het eerste argument, hoewel we menen dat er een serieuze stap vooruit werd gezet in dit dossier. Het tweede argument - rond de berekeningen - lijkt ons op dit moment niet aan de orde: in de huidige werkwijze is sowieso voorzien dat iedereen een volledig beeld krijgt over de gevolgen van statutarisatie alvorens men een beslissing moet maken.
We wilden dan ook geen verder uitstel, om te vermijden dat de hele statutarisatiecampagne op de helling komt te staan. We hopen dat ook de andere twee vakbonden deze laatste bezorgdheid delen, en het slagen van deze statutarisatie mee voor ogen zullen houden.