Programma ACOD voor rectorverkiezingen 2021

In 2021 worden aan UGent verkiezingen georganiseerd om te bepalen wie het mandaat krijgt van de studenten en personeelsleden om als rector en vicerector onze universiteit te leiden gedurende de komende vier jaar.

Ongetwijfeld zullen kandidaten voor deze ambten een programma uitwerken waarmee hij of zij naar de verkiezingen trekt. Ook ACOD heeft net als vorige keer een programma uitgedacht met werkpunten die in de komende ambtstermijn zouden moeten worden aangepakt. Je kan dit programma terugvinden in bijlage onderaan dit artikel.

Ons programma is en blijft gebaseerd op onze syndicale uitgangspunten: we pleiten voor een efficiënte, duurzame en vooral sociale universiteit gericht op de toekomst. Een degelijk personeelsbeleid, gebaseerd op respect en degelijke arbeidsvoorwaarden voor elk personeelslid, ook voor die leden van de UGent-gemeenschap die momenteel nog in onderaanneming voor UGent werken, vormt hierbij uiteraard een belangrijke hoeksteen.
De voorbije jaren werd op verschillende punten heel wat vooruitgang geboekt, in het bijzonder op het vlak van de verschillende personeelsstatuten, maar concrete verdere stappen zijn mogelijk en noodzakelijk.

Daarnaast is ACOD ook nog steeds bezorgd over andere aspecten die een rechtstreekse of onrechtstreekse invloed kunnen hebben op het welzijn van het UGent-personeel: de structuur en organisatie van de UGent, de financiering van het hoger onderwijs, de rol van de universiteit in de maatschappij, … Ook over deze punten geven we onze actuele visie.

Dit programma wordt aangeboden aan alle kandidaten voor rector of vicerector in 2021. We vragen om hun reactie, en we willen deze reactie ook publiceren. Hiermee willen we een constructieve rol spelen in het verkiezingsdebat en de personeelsleden van de UGent de kans geven op een geïnformeerde wijze hun stem uit te brengen.

Ook na de verkiezingen zullen we als vakbond niet nalaten het verkozen rectorale team te blijven herinneren aan hun verkiezingsbeloften. We zullen beleidsbeslissingen evalueren en niet nalaten deze te bekritiseren als ze niet bijdragen tot betere werkomstandigheden en een efficiëntere universiteit.